Ga naar de inhoud
Autisme De man achter de site » Blog: autisme, ieder zijn ding » jeroen » Labels en etiketten

Labels en etiketten

Listen to this article:
0:00
0:00

Introductie

Als kind leer je van je ouders wat je wel en niet mag, en soms ook wat je moet doen. Dat zijn, grof gezegd, de etiketten van het leven. Ze helpen om de wereld te ordenen en geven houvast aan wat normaal is.

Maar wat als die ogenschijnlijk normale dingen niet vanzelf landen. Niet omdat je niet wilt, maar omdat ze ingewikkeld zijn of een andere vorm van uitleg of training vragen.

Bij mij, en mogelijk ook bij andere mensen met autisme, voelde het vaak alsof informatie die bij leeftijdgenoten al ingebakken was, bij mij simpelweg ontbrak. Alsof dat pakketje nooit was meegeleverd.

Ik was regelmatig jaloers wanneer mensen moeiteloos konden zeggen dat ze iets mooi vonden. Of precies wisten wat hun favoriete kleur was. Of konden benoemen wat hen aansprak aan iets. Ik zag het wel, maar ik kon er nog geen naam aan geven. Er was waarneming, maar geen label.

En zonder label blijft iets vaag. Alsof je een map hebt zonder titel, terwijl iedereen om je heen precies weet wat erin zit.

Laat ik eerst uitleggen wat ik bedoel.

Ik hoop dat je, net als ik, de film Inside Out ooit hebt gezien. Zo niet, dan zou ik eigenlijk zeggen: kijk die eerst even. Deze film is ijzersterk in het uitleggen hoe een brein werkt dat nog volop aan het leren is. Uiteraard fictief en flink uitvergroot, maar verrassend raak.

In de film zie je dat sommige ervaringen en gevoelens nog geen naam hebben. Geen label dus. Emoties en herinneringen worden gesorteerd, sommige voor de korte termijn, andere voor de lange termijn. Alles krijgt langzaam een plek.

Het mooie, en ook grappige, aan Inside Out en deel 2 is dat de film niet bedoeld is om het brein van een neurodivergent persoon te laten zien. Het gaat juist over een zogenaamd “gewoon” brein. In dit geval dat van Riley, een jong meisje.

En juist dát maakt de vergelijking interessant.


Disclaimer:

Laat ik, voordat ik straks word teruggefloten door iedereen die hier iets van vindt, eerst iets helder stellen. Geen enkele persoon met autisme is hetzelfde. En dat geldt net zo goed voor andere vormen van anders denken.

De stellingen die ik hier maak zijn gebaseerd op mijn eigen gevoel en ervaring. Dit is hoe ik het beleef. Vanuit dat perspectief kun je zelf kijken wat voor jou herkenbaar is, wat schuurt, of wat misschien helemaal niet klopt. Gebruik het gerust als spiegel, niet als meetlat.

Ik heb me wel degelijk verdiept in wetenschappelijke inzichten en onderzoek. Die kennis heb ik vervolgens samengebracht met mijn eigen onderbuikgevoel. Wat je hieronder leest is dus geen puur theorie en ook geen losse mening, maar een combinatie van beide.

De naslagwerken die ik heb gebruikt staan als links onderaan deze pagina.

Hoe het voor mij aanvoelt

Als ik terugga naar mijn kindertijd (en dat is lang geleden) herinner ik me dat ik het altijd lastig vond om dingen gewoon te doen. Voor mij moest er altijd een reden, volgorde en logica in zitten. Spelen met zand deed ik wel, maar ik was meer bezig met dijken bouwen, gebouwen boetseren en bruggen construeren. Zand op zich vond ik vies en plakkerig. De materie zelf voelde absoluut niet prettig. Ook met water was het voor mij eerder een soort wetenschappelijk onderzoek dan spel. Eigenlijk was wat ik deed met zand en water niet gewoon spelen, maar een manier om te begrijpen en te ordenen.  Mijn eigen labels te maken van de wereld om me heen.

Je zou kunnen zeggen dat ieder kind onderzoekt en test, maar voor mij lag het dieper. Het was niet zomaar nieuwsgierigheid; het was een manier om de wereld te begrijpen en er grip op te krijgen.

Rollenspellen met leeftijdsgenootjes vond ik moeilijk. Ik begreep niet waarom ik dat zou doen, en al helemaal niet wat ik dan moest spelen. Mijn eigen identiteit was al lastig te bevatten, laat staan die van een ander.

Op school

Het gedrag van mijn klasgenoten stoorde me vaak. Ze waren druk, met dingen bezig die ik niet interessant vond, en ik had moeite mijn aandacht vast te houden. Mijn gedachten dwaalden voortdurend af. Zoals je misschien weet uit mijn blog over de werkers in mijn hoofd, waren de werkers al bezig een hele bouwplaats op te zetten zodra ik ergens naar keek. Mijn fantasie, of de werkers, begonnen meteen met creëren en ordenen.

De docenten hadden het ook niet makkelijk met mij. Niet omdat ik lastig was, maar omdat ik probeerde duidelijk te maken dat ik iets niet snapte. Misschien is dat nog wel het triestste van alles. Ik gaf aan dat ik iets niet begreep, maar ik kon niet uitleggen waarom.

Achteraf denk ik dat het vooral te snel ging en dat er voor mijn gevoel geen juiste volgorde of logica in de uitleg zat. Ik merkte toen al dat als die structuur ontbrak, ik vastliep en daardoor direct achterop raakte in het lesmateriaal. Het gevolg was dat ik niet alleen de informatie miste, maar ook de context van de les zelf. Zo liep ik op meerdere vlakken achter.

Nieuwe aanpak

Naarmate ik ouder werd, leerde ik op een andere manier. Spelen deed ik alleen nog als een vorm van onderzoeken. Ik ging lesstof in kleinere stukjes hakken en moest nieuwe technieken aanleren om te leren. Zo gebruikte ik lezen, herschrijven en opnieuw oefenen als methodes om informatie te verwerken.

Op een technisch niveau gebruikte ik hierbij mijn beide hersenhelften om de informatie te verkrijgen, te ordenen en te structureren. Op persoonlijk en emotioneel vlak was het een heel ander verhaal. Hier komt het maskeren om de hoek kijken. Ik leerde gedrag van mijn klasgenoten aan om niet op te vallen. In het begin deed ik vaak het verkeerde en viel ik daardoor door de mand.

Later werd ik beter in het lezen van mensen en kon ik slimmer gebruikmaken van de dingen die ik in het verleden had aangeleerd. Maar, zoals in een andere blog te lezen valt, kwam dit met een dure prijs. Het koste me veel energie en uiteindelijk werd ik er ziek van.

Waar en hoe gebruikte ik labels

In mijn verhaal kom je hier en daar tegen dat ik iets label. Vaak is dat letterlijk: een woord, een term. Maar als je terugleest, zie je dat ik dingen bouwde, studeerde of informatie omzet in lesstof. Dat waren mijn labels. Naarmate ik ouder werd, kon ik eenvoudiger labels geven. Maar het moest wel bewust gebeuren. Eigenlijk zei ik tegen mezelf  “Dit gevoel is dit label” Dat hielp me beter. En ja soms wordt ik er op gewezen dat ik iets nog niet goed begrijp. Dan ga ik het uitzoeken en “her label” dingen.

Andere mensen zouden zeggen dat ze “speelden” of “iets bekeken”. Ik kan natuurlijk niet zien of aanvoelen wat jij ermee deed of doet. Wat ik wél laat zien, is dat er voor mij altijd een bepaalde orde en noodzaak in zat. Ik deed niet zomaar iets omdat het “leuk” of “fijn” was. Die termen zeiden voor mij tot voor kort nauwelijks iets.

Ik heb uiteindelijk wel geleerd om dingen een naam te geven. Emoties een plek te geven. Zelfs als ik de waarde die anderen eraan hechten niet volledig kan voelen of begrijpen.

jeroen klugt © 2026

Wil je hierop reageren?

email
Disclaimer

Naslagwerk

13 december 2023