Ga naar de inhoud
Autisme De man achter de site » Blog: autisme, ieder zijn ding » jeroen » Taal als muziek

Taal als muziek

Een nieuwe ontmoeting

Het is zaterdagmorgen, ergens op het platteland van Londen. Ik zit samen met mijn toenmalige vrouw in de tuin van kennissen van haar. Ik ben er voor het eerst en praat ontspannen met de man. We hebben het over koetjes en kalfjes en over hoe mooi het glooiende landschap hier is.

Terwijl we praten, komt zijn dochter bij ons zitten. Hij stelt me voor en zegt dat ik, net als mijn vrouw, uit Nederland kom. Ze kijkt verbaasd. “Nee, hij is geen Nederlander. Hij klinkt als iemand van hier.”

Haar vader corrigeert haar, maar ze gelooft het niet. Ik moet letterlijk iets in het Nederlands zeggen om haar te overtuigen. Pas toen besefte ik zelf ook dat ik niet alleen goed Engels sprak, maar ook het accent had overgenomen. Niet bewust. Het gebeurt gewoon.

Hetzelfde gebeurt als ik bij vrienden onder de rivieren ben. Mijn eigen accent verdwijnt en ik praat zoals zij.

Mijn gelijke

Tijdens een verjaardag zit ik met vrienden in de tuin. Als ik erbij ben, gaat het gesprek vaak al snel over autisme en de voor- en nadelen ervan.

Ik vertel over een situatie waarin ik opnieuw het accent van mijn gesprekspartner overnam. Dat ik dat niet expres doe, maar dat het vanzelf gaat. Soms schaam ik me ervoor, omdat ik niet wil dat mensen denken dat ik hen nadoe.

De vrouw tegenover me begint te glimlachen. “Dat heb ik ook altijd,” zegt ze.

Mijn aandacht is meteen scherp. “Heb jij ook een vorm van autisme?” vraag ik.

Ze lacht. “Ja. Jij ook.”

Er valt een stilte. Geen ongemakkelijke, maar eentje waarin twee mensen tegelijk beseffen dat ze iets delen wat zelden hardop wordt uitgesproken.

Dat was het moment waarop het gesprek echt begon.

De conclusie

Wat volgt is een verdiepend gesprek over hoe we onbewust accenten overnemen. We spelen met het idee dat we als een kameleon door groepen bewegen.

Ik vraag haar of ze muzikaal is. “Ja, ik heb een muzikaal gehoor,” zegt ze.

Dat herken ik direct. Ik heb gevoel voor ritme, structuur en tempowisselingen. Voor mij zijn taal en muziek geen twee dingen. Het is hetzelfde systeem.

Ik moest anders gaan kijken

Ik begon me af te vragen waarom ik doe wat ik doe. Is het aanpassen, of is er iets anders aan de hand?

In mijn praatgroepen let ik bewust op toon, uitspraak en woordkeuze. Dat heb ik geleerd, omdat ik weet dat bepaalde woorden of tonen triggers kunnen zijn. Rust en kalmte in mijn stem zorgen voor veiligheid.

Maar waarom neem ik automatisch accenten over in andere situaties?

Bij mijn bordspelgroep merk ik ook iets. Daar ben ik weer net anders. Meer entertainer. Meer gericht op sfeer.

Drie situaties. Drie versies van mezelf. En toch voelt geen enkele versie nep.

Dat was de puzzel.

Als dit puur aanpassen was, waarom voelt het dan niet als toneelspel?

Ik moest anders gaan kijken.

Het antwoord zat niet in gedrag, maar in het systeem

Ik moest denken aan papegaaien. Niet als vergelijking, maar vanwege de vraag: waarom doen ze wat ze doen?

Het simpele antwoord is: om erbij te horen. Maar dat is maar de helft.

Papegaaien leven in groepen met eigen dialecten. Een nieuwkomer neemt dat dialect over. Niet als truc, maar omdat het systeem zo werkt. Het brein registreert klanken en reproduceert ze.

Nog extremer is de lyrebird, een vogel die alles imiteert wat hij hoort. Kettingzagen, camera’s, andere vogels. Niet om erbij te horen, maar omdat zijn auditieve systeem zo precies is dat nabootsing automatisch volgt.

Daar zat mijn antwoord.

Ik pas me niet aan om erbij te horen. Mijn systeem registreert klanken zo nauwkeurig dat reproduceren vanzelf gebeurt.

Het sociale effect is bijvangst. De motor is iets anders.

Muziek als taal

Wat ik hoor in spraak is wat veel mensen alleen in muziek herkennen. Toon, pitch, ritme, cadans en klankkleur.

Al van jongs af aan ben ik gefascineerd door muziek. Vooral basgitaar en drums. De fundering van het geheel. Diezelfde fundering hoor ik in taal. Hoe iemand spreekt draagt net zoveel informatie als wat iemand zegt.

Ik ervaar trilling erg direct. Niet alleen in mijn gehoorgang, maar ook dieper in mijn lichaam. Trillingen kunnen letterlijk resoneren in mijn systeem. Het beïnvloedt hoe ik een gesprek binnenkrijg, hoe ik iemand aanvoel, hoe ik reageer.

Je zou haast kunnen zeggen dat ik mijn taal wil laten harmoniseren met de omgeving. Net zoals in een goed orkest kunnen de instrumenten elkaar naar een hoger niveau brengen in plaats van individueel.

Waarom dit over autisme gaat

Op het eerste gezicht lijkt dit vooral een verhaal over taal en muziek. Maar voor mij is het een inkijkje in hoe autisme bij mij werkt. Mijn brein pikt klanken, ritme, toon en accenten extreem precies op en reproduceert ze vaak vanzelf.

Wat veel mensen zien als “aanpassen” of “maskeren”, voelt bij mij als iets anders: een natuurlijk gevolg van een hyper-precies auditief systeem. Net als bij een papegaai of lyrebird. Geen toneelspel, maar een andere manier van waarnemen en resoneren. Het sociale effect (harmonie, erbij horen) is vaak bijvangst. De motor zit dieper.

Dit overnemen van accenten is een vorm van echolalie of spraak-mimicry die bij veel autistische mensen voorkomt.

email