Ga naar de inhoud
Autisme De man achter de site » Autisme, opleiding, werk en systemen

Autisme, opleiding, werk en systemen

Inleiding

Net als bij ieder ander hangt het volgen van een opleiding af van iemands opleidingsniveau en manier van denken en werken. Voor mensen met autisme kan hier al de eerste drempel ontstaan. Sommigen ervaren relatief weinig spanning door de klas, de omgeving of sociale prikkels. Anderen kunnen al moeite krijgen door de ruimte, het aantal mensen of de aanwezigheid van meerdere prikkels tegelijk, waardoor concentratie en aandacht zwaar belast worden. Ook het reizen naar en van school kan extra prikkels geven, die de focus verder verstoren. Al deze omstandigheden kunnen ervoor zorgen dat leren trager verloopt of dat extra energie nodig is om te concentreren.

Eigen tempo

Mensen met (maar ook zonder) autisme hebben een eigen ritme in leren en het verwerken van informatie. In veel klas- en opleidingsomgevingen is er echter weinig aandacht voor het individuele niveau of de snelheid waarmee een leerling zich ontwikkelt. Als er al gekeken wordt naar verschillen, ligt de focus vaak op het meekomen, in plaats van op het aanpassen van de lesstof aan het tempo van de leerling.

Opleiding en sociaal gedrag

Als kind leert iemand sociale gedragingen van zowel ouders als de directe omgeving. Afhankelijk van deze omgeving past hij of zij zich aan de geldende normen en waarden aan. Tot zover lijkt er niets bijzonders aan de hand. Maar bij sommige mensen met autisme ontstaan hier al vroeg de eerste uitdagingen, bijvoorbeeld:

  1. Geldende normen en waarden – begrijpen welke regels en ongeschreven verwachtingen gelden.
  2. Aanpassen aan nieuwe normen en waarden – flexibel reageren als situaties of omgevingen veranderen.
  3. Snelheid van aanpassen – het tempo waarmee iemand zich kan aanpassen kan verschillen van de omgeving, wat stress of vermoeidheid kan veroorzaken.

Sociale strategie

Bij sociaal gedrag op school of werk kunnen jongens en meisjes verschillende strategieën hebben.

  • Thuisomgeving: vaak al duidelijk; veel personen hebben daar geleerd wat de verwachtingen en verplichtingen zijn.
  • Jongens: zijn over het algemeen minder gericht op groepsgedrag en hoeven zich niet altijd aan te passen om geaccepteerd te worden. Ze zijn vaak zelfstandiger in hun gedrag, maar kunnen onzekerheid ervaren wanneer de maatschappij terugkoppeling geeft op hun manier van zijn.
  • Meisjes: hebben van nature vaker de neiging om groepsgedrag te observeren en te spiegelen. Ze passen zich makkelijker aan om erbij te horen. Interessant is dat sommige lichamelijke ritmes, zoals menstruatiecycli, zich kunnen aanpassen aan het groepsritme, wat een voorbeeld is van hoe sterk de sociale omgeving invloed kan hebben.

Voor wie meer wil weten over sociale regels en strategieën, is er uitgebreidere uitleg hier.

Reistijd en vervoer

Ook zaken die op het eerste gezicht vanzelfsprekend lijken, zoals de route naar school of werk, kunnen een grote invloed hebben. Voor iemand met autisme kunnen de prikkels tijdens het reizen, de drukte of het tempo van het openbaar vervoer extra energie kosten.

Om dit concreet te maken: tijdens mijn eigen basisschooltijd was de route naar school overzichtelijk; ik woonde letterlijk een straat achter de school. Het heen en weer lopen kostte nauwelijks energie. Toen ik echter naar Amsterdam ging voor school, werd elke dag in een volle bus een enorme belasting, zonder dat ik toen precies wist waarom. Achteraf besef ik dat deze reistijd en de prikkels onderweg een aanzienlijk deel van mijn energie opslokten.

School en werk: vergelijkbaar, andere context

Op school en op het werk kom je vergelijkbare uitdagingen tegen: verwachtingen, regels, sociale omgang en presteren. Voor iemand met autisme betekent dit dat hij of zij continu moet afstemmen op wat de omgeving vraagt, terwijl de energie die dit kost niet altijd zichtbaar is.

  • Structuren en regels: zowel klas als werk hebben expliciete en impliciete regels. Je leert wat hoort, wat niet mag, en hoe je binnen de groep functioneert.
  • Presteren naar vermogen: toetsen, opdrachten, deadlines of werkdoelen; in beide situaties draait het om voldoen aan verwachtingen.
  • Aanpassen en maskeren: gedrag spiegelen, sociale codes volgen, jezelf wegcijferen om erbij te horen. Dit kost veel energie en kan leiden tot vermoeidheid of stress.

Verschil: leeftijd en identiteit

  • Op school: meer focus op ontdekken wie je bent. Fouten maken is relatief veilig, er is begeleiding, en het gaat vaak om het ontwikkelen van zelfvertrouwen en sociale vaardigheden. Je oefent nog met groepsdynamiek en leert je eigen ritme kennen.
  • Op werk: de nadruk verschuift naar functioneren en resultaat. Fouten hebben vaak meer directe gevolgen, sociale aanpassing moet snel en effectief, en de verantwoordelijkheid ligt bij jezelf. Je hebt minder ondersteuning en meer autonomie, wat tegelijk kansen en druk geeft.

Praktisch voorbeeld
Een leerling kan op school nog een klasgenoot observeren en langzaam experimenteren met sociale strategieën. Op het werk is er minder tijd om te “proeven” van de omgeving: je moet snel inschatten wat passend is, en resultaten leveren.

Maskeren: een verborgen valkuil

Wat vaak onder de radar blijft, maar wel een grote rol speelt, is maskeren. Dit betekent dat iemand met autisme gedrag aanpast om in de omgeving te passen. Het is een soort sociale camouflage: je observeert, spiegelt en doet soms dingen die niet natuurlijk voelen, gewoon om geaccepteerd te worden.

Op school kan dit subtiel gebeuren: een leerling kijkt hoe klasgenoten reageren, past zich aan, verbergt ongemak en oefent langzaam sociale strategieën. Het kost energie, maar fouten maken is nog relatief veilig en er is vaak begeleiding aanwezig.

Op werk wordt maskeren intensiever: je moet sneller inschatten wat passend is, je gedrag effectief aanpassen en tegelijkertijd resultaten leveren. De omgeving ziet meestal alleen het gedrag, niet de energie die het kost, en fouten kunnen direct gevolgen hebben.

Maskeren kan een valkuil zijn, omdat het:

  • veel mentale en fysieke energie kost
  • leidt tot stress, vermoeidheid of burn-out
  • iemand minder inzicht geeft in eigen grenzen en voorkeuren
  • soms het gevoel geeft dat je niet volledig jezelf kunt zijn

Door dit te erkennen, kan je beter begrijpen waarom sommige situaties, zowel op school als op werk, zoveel energie vergen, ook als het van buitenaf lijkt alsof alles “vanzelf” gaat.

Rijexamens en praktische vaardigheden

Naast school en werk zijn er ook andere dagelijkse zaken die voor veel mensen vanzelfsprekend lijken, maar waar iemand met autisme extra aandacht of ondersteuning bij nodig kan hebben. Een goed voorbeeld hiervan zijn rijexamens, zoals voor brommer of auto.

Voor iemand met autisme gaat het hier vaak niet alleen om de regels van de weg, maar ook om:

  • Overzicht houden: verkeer, snelheden, verkeersborden, en wat andere weggebruikers doen.
  • Prikkels verwerken: geluiden van andere voertuigen, bewegende mensen, onverwachte situaties.
  • Stress en spanning: examenstress kan extra zwaar wegen omdat de focus continu verdeeld is over verschillende signalen.
  • Maskeren: tijdens het examen wil je “normaal” presteren en geen fouten maken, waardoor je extra alert en gespannen bent.

Deze uitdagingen krijgen vaak weinig aandacht in gesprekken over autisme, terwijl ze voor veel energieverlies en stress kunnen zorgen. Hetzelfde geldt voor andere praktische vaardigheden of zelfstandige taken, die in het dagelijks leven “simpel” lijken, maar in werkelijkheid veel planning, concentratie en coping vragen.

Rechtsvaardigheidsgevoel en autisme

Voor veel mensen met autisme speelt een sterk gevoel voor rechtvaardigheid een grote rol in hoe ze situaties beleven. Dit betekent dat:

  • Ongelijke behandeling of onduidelijke regels direct opvallen en stress veroorzaken.
  • Structuur en voorspelbaarheid belangrijk zijn: afwijkingen van de afgesproken normen kunnen verwarring of frustratie geven.
  • Praktische situaties, zoals rijexamens, schoolopdrachten of werkafspraken, kunnen extra belastend zijn als het gevoel bestaat dat iets “oneerlijk” of willekeurig verloopt.

Dit rechtsvaardigheidsgevoel kan positief zijn: het zorgt vaak voor een sterk moreel besef, duidelijke normen voor zichzelf en anderen, en nauwkeurigheid in werk en studie. Tegelijkertijd kan het leiden tot spanning, omdat de omgeving regels soms anders interpreteert, of omdat sociale verwachtingen niet altijd overeenkomen met het gevoel van eerlijkheid.

Tips en Tricks voor dagelijks leven met autisme

1. Ken je eigen tempo
Neem de tijd om te ontdekken hoe snel je informatie verwerkt en reageert in sociale situaties. Het is oké om dingen in je eigen tempo te doen. Probeer, waar mogelijk, je omgeving te informeren of kleine aanpassingen te maken zodat je niet continu moet “meekomen”.

2. Plan energie, niet alleen taken
Wees je bewust van momenten die veel energie kosten: reizen, drukke ruimtes, nieuwe opdrachten. Plan rustmomenten of pauzes in zodat je niet overbelast raakt. Ook kleine dingen, zoals op tijd vertrekken of een rustige route kiezen, helpen al enorm.

3. Maskeren bewust inzetten
Het is oké om je aan te passen, maar houd bij wat je energie kost. Maskeren kan handig zijn, maar zorg dat je weet wanneer je dit doet en wanneer je jezelf kunt laten zien. Noteer momenten dat je uitgeput raakt door aanpassing, zodat je patronen leert herkennen.

4. Structuur en voorspelbaarheid
Maak schema’s, checklists of routines voor school, werk en praktische taken. Dit helpt niet alleen om overzicht te houden, maar voorkomt ook dat je energie gaat zitten in het constant afstemmen op onverwachte dingen.

5. Wees duidelijk over verwachtingen
Praten over wat eerlijk en logisch is, helpt enorm. Dit geldt zowel voor schoolopdrachten als werkafspraken. Als iets onduidelijk of oneerlijk voelt, benoem het (op een manier die past bij de situatie). Zo voorkom je frustratie en misverstanden.

6. Voorbereiding op praktische uitdagingen
Voor rijexamens, reizen of andere dagelijkse taken: oefen vooraf, observeer je omgeving, en bedenk waar prikkels of stress kunnen optreden. Kleine simulaties of routeplanning kunnen veel energie besparen.

7. Zoek ondersteuning die bij jou past
Goede begeleiding draait om afstemming, niet aanpassing aan een norm. Dit kan een mentor, begeleider, collega of vriend zijn. Vertel wat je nodig hebt, zodat ondersteuning effectief wordt en je niet constant zelf alles moet regelen.

8. Reflecteer regelmatig
Neem momenten om terug te kijken op hoe een dag of week ging. Welke situaties kostten veel energie? Welke strategieën werkten goed? Zo leer je beter je eigen grenzen kennen en kun je slimmer omgaan met uitdagingen.

9. Gebruik je sterke kanten
Autisme brengt vaak focus, nauwkeurigheid en oog voor detail met zich mee. Zet deze kwaliteiten in bij school, werk en dagelijkse taken. Dit geeft niet alleen voldoening, maar kan ook stress verminderen doordat je op je eigen manier uitblinkt.

10. Accepteer dat anders zijn oké is
Uiteindelijk gaat het erom dat je je eigen manier van denken en handelen leert kennen en accepteren. Het gaat niet om “normaal doen”, maar om functioneren en groeien op een manier die bij jou past.