Ga naar de inhoud
Autisme De man achter de site » Veel gebruikte woorden binnen autisme

Veel gebruikte woorden binnen autisme

Table of Contents

A

ABA (Applied Behavior Analysis)

Een gedragstherapie die werkt met beloning en positieve bekrachtiging om gewenst gedrag te stimuleren. Wordt regelmatig toegepast bij autisme, maar de ervaringen en meningen hierover verschillen sterk binnen de autistische gemeenschap.

Alexithymie

Moeite met het herkennen, benoemen en begrijpen van eigen emoties. Komt vaak voor bij autisme en kan communicatie uitdagender maken.

Asperger‑syndroom

Een vroegere diagnose binnen het autismespectrum, gekenmerkt door normale tot hoge intelligentie en specifieke interesses. Tegenwoordig valt dit onder de bredere term ASS.

Autisme

Een neurobiologische ontwikkelingsvariatie die invloed heeft op communicatie, sociale interactie, informatieverwerking en gedrag. Autisme is geen ziekte, maar een andere manier van zijn.

Autismespectrumstoornis (ASS)

De officiële verzamelnaam voor alle vormen van autisme, van mild tot intensief ondersteuningsbehoeftig.


C

Camoufleren

Het aanpassen of verbergen van autistisch gedrag om sociaal “normaal” over te komen. Dit kost veel energie en kan leiden tot uitputting.

Co‑morbiditeit

Het voorkomen van meerdere diagnoses naast elkaar, zoals autisme in combinatie met ADHD, angststoornissen of depressie.


D

Demand Avoidance (PDA – Pathological Demand Avoidance)

Een gedragsprofiel waarbij iemand extreme weerstand ervaart tegen dagelijkse verwachtingen of eisen, vaak door angst of behoefte aan controle.

Dysregulatie

Moeite met het reguleren van emoties, gedrag of prikkels. Dit kan leiden tot meltdowns, shutdowns of terugtrekgedrag.


E

Echolalie

Het herhalen van woorden of zinnen die iemand anders heeft gezegd. Dit kan dienen als taalontwikkeling, zelfregulatie of verwerking van informatie.

Empathie

Het vermogen om emoties van anderen te begrijpen. Autistische mensen ervaren empathie vaak anders — soms juist heel sterk, soms minder zichtbaar.

Executieve Functies

Cognitieve vaardigheden zoals plannen, organiseren, prioriteren en taakinitiatie. Veel autistische mensen ervaren hierin uitdagingen.

Executive Dysfunctie

Moeite met het uitvoeren van taken door problemen met executieve functies. Dit kan leiden tot uitstelgedrag, chaos of moeite met starten.


H

Hulpmiddelen

Praktische of technologische tools die helpen bij structuur, communicatie of prikkelverwerking, zoals planners, noise‑cancelling koptelefoons of apps.

Hyperfocus

Een intense, langdurige concentratie op een taak of interesse. Kan zeer productief zijn, maar ook leiden tot het vergeten van tijd of basisbehoeften.

Hypersensitiviteit

Een verhoogde gevoeligheid voor prikkels zoals licht, geluid, geur of aanraking.

Hyposensitiviteit

Een verlaagde gevoeligheid voor prikkels, waardoor iemand juist extra input nodig heeft om iets te voelen of op te merken.


J

Joint Attention

Het vermogen om aandacht te delen met iemand anders, bijvoorbeeld samen naar een object kijken. Dit verloopt bij autisme soms anders of minder vanzelfsprekend.


M

Maskeren

Het verbergen van autistische kenmerken om aan verwachtingen te voldoen. Dit kan leiden tot stress, burn‑out en verlies van eigen identiteit.

Meltdown

Een intense emotionele ontlading door overprikkeling of stress. Dit is geen driftbui, maar een noodreactie van het zenuwstelsel.

Monotropisme

Een theorie die stelt dat autistische mensen een diepe, gefocuste aandacht hebben op één onderwerp tegelijk, waardoor schakelen moeilijker is.


N

Neurodiversiteit

Het idee dat verschillen in hersenwerking — zoals autisme, ADHD of dyslexie — natuurlijke variaties zijn binnen de mensheid.

Neurotypisch (NT)

Een term voor mensen zonder neurodivergente kenmerken zoals autisme of ADHD.


O

Occupational Therapy (Ergotherapie)

Therapie gericht op dagelijkse vaardigheden, motoriek, zelfzorg en praktische routines.

Overprikkeling

Een toestand waarin het zenuwstelsel te veel prikkels binnenkrijgt, wat kan leiden tot stress, angst, shutdowns of meltdowns.


P

PECS (Picture Exchange Communication System)

Een communicatiesysteem waarbij afbeeldingen worden gebruikt om wensen en behoeften uit te drukken.

Persoonlijke Ruimte

De fysieke afstand die iemand nodig heeft om zich veilig en comfortabel te voelen. Autistische mensen hebben vaak duidelijke voorkeuren hierin.


R

Routine

Vaste patronen en voorspelbare activiteiten die veiligheid en structuur bieden.

RSD (Rejection Sensitive Dysphoria)

Extreme gevoeligheid voor afwijzing of kritiek. Komt vaak voor bij ADHD, maar ook bij autistische mensen.


S

Self‑advocacy

Het vermogen om eigen behoeften, grenzen en voorkeuren te benoemen en voor jezelf op te komen.

Sensorische Gevoeligheid

Een verhoogde of verlaagde gevoeligheid voor zintuiglijke prikkels zoals geluid, licht of aanraking.

Sensory Diet

Een persoonlijk schema met sensorische activiteiten die helpen om prikkelverwerking te reguleren.

Shutdown

Een beschermende reactie waarbij iemand zich terugtrekt, niet meer kan reageren en tijdelijk “uitvalt” door overbelasting.

Social Skills Training

Training gericht op sociale vaardigheden zoals beurtwisseling, luisteren en gesprek starten.

Social Stories

Korte verhalen die sociale situaties uitleggen en voorspelbaar maken.

Sociale Verwerking

De manier waarop iemand sociale signalen interpreteert. Autistische mensen verwerken deze signalen vaak anders.

Special Interests

Diepe, langdurige interesses die veel plezier, kennis en rust kunnen geven.

Speech Therapy (Logopedie)

Therapie gericht op spraak, taal en communicatie.

Stimming

Herhalende bewegingen of geluiden die helpen bij zelfregulatie, zoals wiebelen, tikken of hummen.


Z

Zintuiglijke Integratie

Het proces waarbij de hersenen informatie van verschillende zintuigen combineren. Bij autisme kan dit anders verlopen, wat invloed heeft op prikkelverwerking.